Verder met een vertrapte ziel

Carl MureauJournalist, Theo van Gogh

Algemeen Dagblad

Algemeen Dagblad – December 24, 2004

Jacob van der Blom: ‘Jongeren weten dat Allah hen ziet, als een flitsapparaat’

Anderhalve maand na de moord op Theo van Gogh hebben moslims het wel even gehad. Waarom moeten zij zich steeds verdedigen voor de daad van een malloot? Ze zien de haat tegen moslims groeien. “Maar de islam is hier!’

Zijn oude moeder kreeg in de C1000 zomaar een klap in haar gezicht, omdat een man zich stoorde aan haar hoofddoek. Zijn zusje wordt dagelijks uitgemaakt voor pinguin, of erger. En toen Hagenaar Jamal Ahajjai recent een straat wilde oversteken, stopte een automobilist voor zijn neus. Die draaide zijn raampje omlaag en riep luid tegen Jamals gehoofddoekte vrouw: “Doe effe normaal!’

Ze maken het allemaal mee dezer dagen. Moslims in Nederland voelen de haat groeien. Ze krijgen toegesist dat ze moeten opkrassen, dat ze terroristen zijn en dat hun godsdienst achterlijk is. Op muren en winkelruiten zien ze teksten gekalkt: ‘moslims rot op’. En dan hebben we het nog niet over de brandstichtingen bij moskeeen en islamitische scholen.

“Moslimjongeren hebben niet meer het gevoel dat ze hier mogen zijn’, zegt de Rotterdamse Habiba van der Vet. Ze heeft twee dochters, van wie de oudste net naar de middelbare school gaat. “Ze kan goed leren, zit op het vwo, maar ze wordt echt minderwaardig behandeld. Hoe is het om in zo’n omgeving groot te worden?’

Hoe is het om als moslim in Nederland te wonen, anderhalve maand na de moord op Theo van Gogh? De moordenaar, Mohammed B., heeft zijn broeders en zusters geen beste dienst bewezen. Het klimaat is verhard. De zeepbel van de multiculturele samenleving spatte keihard uit elkaar. Minister Verdonk riep op de Dam: Dit pikken we niet. En zo ging de geest uit de fles.

Vergeten werd even dat die brute moord was verricht door een enkeling, een kennelijk dolgedraaide moslim. Mohammed B. had in zijn kielzog nog wel een groepje medestrijders, soldaten van de jihad. Maar in een klap vinden wij (Nederlanders) dat zij (de moslims) zich maar eens moeten aanpassen. In alle opzichten. En willen ze dat niet, dan rotten ze maar op.

“De sfeer verhardt in het kwadraat’, zegt Ahmed Bouyazdouzen, die net als Jamal Ahajjai jongeren begeleidt bij de Haagse As Soenah-moskee. Ahajjai: “Moslims worden in de hoek gedrukt. Zie je moslims als onderdeel van onze samenleving, dan kun je samen oplossingen zoeken voor problemen die er zeker zijn. Maar zie je moslims als zwarte schapen, als iets wat je liever niet in je midden wilt hebben? Dan hebben we een heel ander probleem. Ik merk steeds opnieuw dat ik me moet bewijzen, dat ik moet laten zien dat ik deug.’

Ga naar de moskee, praat met wat moslims, noem de namen van Geert Wilders (‘zonder moslims was hij helemaal niks’), Rita Verdonk (‘ze is minister van desintegratie’) of Ayaan Hirsi Ali (‘ze heeft nog voor niemand iets bereikt’) en de boosheid borrelt op. Ook Theo van Gogh, dood en begraven, werkt nog altijd als rode lap op een bijna miljoenkoppige stier. Waarom mocht hij onbegrensd afgeven op hun religie, het heiligste wat ze hebben?

Ze voelen zich onheus behandeld. Nederland meet met twee maten, vinden ze. Geert Wilders mag roepen ‘die hoofddoekjes lust ik rauw’, maar Abdul-Jabbar van der Ven mag diezelfde Wilders niet dood wensen. Hun profeet Mohammed mag straffeloos worden uitgemaakt voor ‘pedofiel’ of ‘geitenneuker’, maar wie Balkenende afbeeldt op een porno-poster krijgt meteen een rechtszaak aan zijn broek. En moet Hirsi Ali nu echt zo nodig een vervolg maken op haar film Submission? “Hiermee zegt zij duidelijk: ik heb schijt aan jullie, moslims”, meent de Tunesische Bredanaar Hassine Mathlouthi. “In plaats van twee groepen bij elkaar te brengen, gaat ze nog harder hakken.’

Hebben ze te lange tenen? Of is het gevoel van onrecht te billijken? Zeker is dat moslims zich in dit verhardende klimaat meer en meer vastklampen aan hun geloof. Jongeren willen leven als goede moslims, maar hoe doe je dat in een westerse samenleving als Nederland? Mag een meisje make-up gebruiken? Mag ze haar beenharen scheren? Mag je voetballen bij een club die bier schenkt in de kantine? Mag een moslima alleen reizen met de trein?

Het ligt voor de hand om de antwoorden te zoeken in de moskee. Maar die gebedshuizen zijn het domein van de oude garde gastarbeiders. Ze kampen met geldnood, hun imams spreken nauwelijks Nederlands en dus gebeurt er weinig om jongeren te binden. Die kunnen ook niks volgen van alle preken die daar in het Arabisch worden gehouden. Jongeren voelen zich in de meeste moskeeen als Hollanders in China.

Toch stoeien ze met al die praktische vragen. Ze gaan zoeken op internet, waar cyber-imams als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar tussen het koren zit altijd enig kaf. Fundamentalistische sites ogen vaak flitsend. En wie ontvankelijk is voor die strenge uitleg van de islamitische bronnen bouwt al knippend en plakkend zijn eigen waarheid. Komt zo iemand ook nog in contact met ronselaars voor de foute jihad – de gewapende strijd tegen de ongelovigen – dan heb je een Mohammed B. in de dop. De AIVD schat dat 150 tot 200 radicale moslims in Nederland bereid zijn de wapens op te pakken voor de islamitische zaak. Echte radicalen dus, gewillige prooien voor ronselaars. Die opereren stiekem, op straat, bij de moskee, in coffeeshops.

“Ze vormen een sekte’, zegt een Rotterdamse moslim die anoniem wenst te blijven. “Ze hebben mij ook benaderd, wilden met me praten over heel zware stuff. Ze verboden me om naar de moskee te gaan, want daar komen alleen slapers. Zij voelen zichzelf de echte strijders en groeten met de boodschap: ‘Vrede zij met degenen die de leiding van Allah volgen’. Ze probeerden me te beinvloeden, maar ik ben zelf gaan lezen, boeken van de echte geleerden. Ik wilde niets met deze takfiri’s te maken hebben. Maar jongeren die zich toch al overal buitengesloten voelen, kunnen zo het slachtoffer worden van deze ronselaars.’

De nadruk in het publieke debat ligt sinds 2 november op deze radicalen, de potentiele ‘soldaten van de jihad’. Vergeten wordt dat honderdduizenden jonge moslims helemaal niks willen weten van geweld. Zij zijn wel enorm bezig met hun geloof. Razend populair zijn dan ook de lezingen en preken in het Nederlands van mannen als Hasan Barzizaoua en Remy Soekirman. Zij treden op in moskeeen, buurthuizen, hogescholen en jongerencentra. Het is een kleine groep van sprekers, die lang niet aan de groeiende vraag kan voldoen.

“We moeten jongeren goed begeleiden. Ze hebben kennis nodig over de bronnen van de islam en ze moeten leren om te gaan met de westerse samenleving”, zegt Barzizaoua. “Als je ze daarbij niet helpt, gaan ze zelf knippen en plakken met teksten uit de koran en voor je het weet gaat het fout. Vergelijk het met autorijden. Ze pakken het theorieboek en zien dat rechts voorrang heeft. Ze slaan het boek dicht en gaan de weg op. Zo werkt het niet. Je hebt ook verkeersborden, stoplichten en politie met sirenes. Als je daar allemaal geen weet van hebt, mag je niet eens achter het stuur.’

Reizend imam Soekirman heeft het ook razend druk. Elke maand preekt hij een vrijdag in de Dar-al-Hijra-moskee in Rotterdam. De bandjes met zijn preken gaan voor 2,50 euro grif van de hand. En binnen zit het tot aan het achterste matje vol. Na het aanhoren van een gloedvolle preek over Allah schuiven broeders voorzichtig naar voren om Soekirman vragen te stellen. “Mijn vrouw is twee maanden zwanger, mag ze toch mee vasten?” “Hoe denkt u over de Amerikaanse praktijken in Falujah?” “Broeder Remy, mijn huwelijk is in crisis, kunt u komen bemiddelen?”

De nog jonge moskee, gerund door Somaliers en een bekeerde Hollander, zou Soekirman het liefst vast aan zich binden, de jeugd heeft hem hoog staan. In dit stukje Rotterdam lopen nogal wat probleemjongeren rond, vaak van Marokkaanse komaf. De islam kan juist voor hen helend werken, zegt Jacob van der Blom, patatboer en lid van het moskeebestuur: “We hebben hier jongens rondlopen die vroeger van alles deden wat niet mocht: dealertjes, drugsrunners. Ze zijn hier helemaal tot rust gekomen en rijden niet eens meer door een rood licht. Echt waar. Ze weten dat Allah hen ziet, als een soort flitsapparaat.”

Zoals Dar-al-Hijra zijn er maar weinig. Ja, moskeeen als El Fourkaan in Eindhoven, El Tawheed in Amsterdam en ook As Soenah in Den Haag hebben bloeiende jongerenafdelingen. Maar in het algemeen hebben moskeeen de jeugd bar weinig te bieden. En juist die bij de jongeren populaire gebedshuizen staan in een kwade reuk. De AIVD verdenkt ze van fundamentalisme. Imams verkondigen er orthodoxe boodschappen die extremisme in de hand zouden werken.

Tawheed wordt steevast in verband gebracht met Mohammed B. en weigert nog te praten met de pers. Fourkaan kampt met de naweeen van het incident met de twee jongens die sneuvelden in Kashmir. Bij As Soenah in Den Haag staan de deuren echter wijd open. Sjeikh Fawaz schenkt zelf een glas mierzoete Marokkaanse thee. Jazeker, hij is recht in de leer. Weigert vreemde vrouwen een hand en stelt de hoofddoek voor vrouwen verplicht. Dat boezemt Nederlanders angst in, maar is dat terecht?

“Absoluut niet, het is onrecht”, zegt Elyazid Aouichi in de studiekamer van As Soenah. “Wij leveren hier juist een grote bijdrage aan het oplossen van problemen met jongeren in Den Haag.” Voor radicalisme is in hun moskee geen plek, benadrukt hij, de imam keurt geweld af. “Wij hebben de aanslagen in Madrid en Casablanca en ook de moord op Theo van Gogh veroordeeld. Het bewijs staat op onze website. Wij zijn gelovige moslims, geen huichelaars.’

Ook As Soenah benadrukt dat de islam, de zuivere godsdienst, probleemjongeren op het rechte pad kan helpen. De wereld is een achtbaan vol verleidingen: drank, drugs, vrouwen en geweld. Wie het pad van de moslims volgt, komt vanzelf tot de ontdekking dat hij die slechte dingen moet laten. Aouichi: “Het is jammer dat nog niet iedereen moslim is, want ik heb het liefst dat iedereen de zoetheid van de islam kan proeven.”

Vanuit de moskee coachen ze de Marokkaanse jongeren, helpen ze hen bij hun huiswerk en leren ze hen omgaan met conflicten. Ahmed Bouyazdouzen: “Jongens die in de gevangenis hebben gezeten, die volgens de politie niet meer te verbeteren waren, vervullen nu een voorbeeldfunctie. Ze helpen jonge mensen op weg naar een goede toekomst. Zo’n jongen weet ook dat straks een bonus op hem ligt te wachten. Als hij zich goed blijft gedragen, wordt hij beloond door Allah.”

Maar juist deze vrome moslims met hun baarden, lange jurken en hoofddoekjes roepen weerstand op in de maatschappij. Is dat nou integratie? Zijn zij wel te vertrouwen? Noem het islamofobie, angst voor het onbekende, maar zo houden moslims het gevoel dat ze in het verdomhoekje zitten. Ze klagen over disco’s die Marokkaanse jongens de deur wijzen, bedrijven die geen mannen met baarden of vrouwen met hoofddoekjes willen aannemen. Velen denken hardop na over emigratie naar een moslimland. Want hier is niemand die het voor hen opneemt.

“Wij snakken naar de oprichting van een politieke partij op islamitische grondslag”, zegt Mohammed Cheppih, nu nog directeur van de Moslim Wereld Liga in Nederland. Uit recent onderzoek van Foquz Etnomarketing blijkt dat 51 procent van de moslims zijn mening deelt. “Het moet een moderne partij worden, gebaseerd op de islam. Niet zoals de Christenunie, maar a la het CDA.” Hij wil er zelf wel een rol in spelen. Het mislukte avontuur met de Arabisch-Europese Liga heeft ie net een beetje weggespoeld. Cheppih’s grootste grief: “Moslims in Nederland hebben geen serieuze lobby. Dan doe je niet mee in het politieke spel en behoud je dus altijd een minderwaardige positie.”

In deze tijd van heftige debatten moet het er dus maar van komen: een eigen politieke partij. Maar net zo belangrijk vindt Cheppih dat er echt sterke moskeeen ontstaan, waar Nederlands de voertaal is en die meer zijn dan gebedshuizen voor ouderen. Het moeten instituten worden die duidelijk aanwezig zijn in de maatschappij. Waar niet alleen ruimte is voor gebed en onderwijs, maar die ook gaan fungeren als denktank van de islamitische gemeenschap, als vraagbaak voor moslims en niet-moslims. Ze moeten het gat opvullen dat nu gaapt voor met name de moslimjongeren.

Gebeurt dat alles niet, dan zal het klimaat verder verharden, vrezen velen. “Er hangt nu continu een donkere wolk boven ons hoofd”, zegt Ali Eddaoudi, schrijver en geestelijk verzorger. Hij wil niet klagen, vindt ook dat moslims zich gewoon moeten gedragen en volwaardig moeten meedoen aan de samenleving. “Maar dan moet men niet zeiken over hoofddoekjes, baarden of lange jurken. Als samenleving moet je duidelijk maken dat je elkaar vrijheid gunt. De islam is niets exotisch. Nee, de islam is hier! Daar moet je wat mee. Als samenleving moet je die omslag maken en moslims het gevoel geven dat ze erbij horen.”

© 2004 PCM Uitgevers B.V.