Isaac, geluksvogel bij Feyenoord Fetteh

Carl MureauJournalist, Sport

Algemeen Dagblad – 27 september 2003 – Foto Jeppe Curth

Van Accra naar Gomoa Fetteh is ruim een uur rijden. Een hobbelige zandweg. Het bordje:  Feyenoord linksaf. En daar is Fetteh, sinds vier jaar de voetbalacademie van de Rotterdamse club in Ghana. Isaac Addai (14) draagt Kappa-kleren en echte voetbalschoenen. Voor hij naar Feyenoord Fetteh mocht, verkocht hij op straat plastic zakjes.

 Zelden zo’n bezieling meegemaakt. Voetbal in Kwahu Park, deep down in Accra, de hoofdstad van Ghana. Langs de kant: smeulend vuilnis uit de aangrenzende volkswijk. Op het veld: prille pingeldozen en verwoede verdedigers. Op een rode zandvlakte knokken jongens voor elke bal. Niet bang voor een tackle, al is het veld keihard en bezaaid met kiezels. Onderuit? Even zuchten, opstaan en weer verder. Da’s even wat anders dan internationals die klagen over diarree.

Na een doelpunt gooit de maker er een dubbele flikflak uit. Publiek stormt het veld op. En wordt met geheven stokken weer achter de lijn gedwongen. Patrick Lodewijks en Jeppe Curth (speler uit Feyenoord 2) kijken hun ogen uit. Ze zijn vier dagen op bezoek in Ghana. Aan het eind van de trip zal Lodewijks zeggen: ‘De emoties, de enorme rivaliteit op dat toernooi zijn me nu duidelijk. Het was echt een gevecht op leven en dood.’

Het wijkteam Sarafina verslaat Shaka met 3-2. Het toernooi voor spelers onder de 32 kilo -gewicht is in Afrika eenvoudiger vast te stellen dan iemands leeftijd -zit erop. Winnaars gaan op schouders, verliezers huilen dikke tranen. Met gebogen hoofden staren ze naar hun sokken vol gaten. De kampioenen klemmen de beker stevig in hun handen. Nog blijer zijn ze met de splinternieuwe tenues en leren bal, ware luxe artikelen in West-Afrika.

We verlaten de drukte van de hoofdstad met zijn bijna drie miljoen inwoners, van wie een aanzienlijk deel de kost moet verdienen als straatventer. Het levert hen nauwelijks een cedi op. In Ghana staat 40 procent van de 19 miljoen inwoners als arm te boek, 27 procent verdient zelfs niet genoeg voor voldoende voedsel.

Van Accra naar Gomoa Fetteh is ruim een uur rijden. De tweebaansweg -een van de belangrijkste transportroutes van West-Afrika -is weliswaar geasfalteerd, maar slecht onderhouden. In de berm barst het van de winkeltjes, gevestigd in omgebouwde zeecontainers. Alles is er te koop, van ananas tot autobanden en ledikanten. Bijna elke onderneming draagt een aan onze-lieveheer opgedragen naam. God is King -Loodgieters. Religie is belangrijk in Ghana.

We naderen de kust. Een hobbelige zandweg. Het bordje: Feyenoord linksaf. En daar is Fetteh, de voetbalacademie. In alle rust, zonder stadse pottenkijkers en gelukszoekers op hun lip, leidt Feyenoord hier talentrijke jongens (van 12 tot 20 jaar) op tot profvoetballer.

Op 35 hectare grond liggen twee goede grasvelden en een kersverse kunstgrasmat. De profvoetballers in spe leiden hier een goed leven, maar moeten daar ook keihard voor werken. Om 6.30 uur is de eerste training, om 14.30 staan ze weer op het veld. Tussendoor krijgen ze een voedzaam ontbijt, gaan ze naar school, gebruiken ze hun Ghanese lunch en houden ze verplicht rust. In de namiddag en vooravond is er tijd voor huiswerk, ontspanning (tafeltennis of voetbal kijken op tv) en het Europese diner. Daarna zoeken ze in hun vierpersoonskamers hun stapelbed op. Om 21.00 uur gaat het licht uit.

‘Die nachtrust hebben ze hard nodig’, zegt directeur Karel Brokken, een oud-profvoetballer uit Belgie. Samen met trainer Sam Arday, de Rinus Michels van Ghana, bouwde hij de voetbalacademie van de grond af op. Naast de velden telt het complex een tiental stenen gebouwen met daarin de slaapzalen, doucheruimtes, drie schoollokalen, een computerklas met 11 moderne pc’s, een wasruimte, keuken met ruime eetzaal en breedbeeld satelliet-tv, enkele kantoren en een kamer voor de dokter en fysiotherapeut.

‘We zijn trots op wat hier is gerealiseerd’, zegt Arday. ‘Dit is het mooiste sportcomplex van heel Afrika. Ik heb veel gereisd, ik weet waarover ik praat.’ Feyenoord investeerde in Ghana zeker 1,3 miljoen dollar, maar waarschijnlijk al veel meer. De exploitatie kost de club uit Rotterdam-Zuid bovendien zo’n 600.000 euro per jaar. Fetteh biedt ruim 50 mensen werk. Alleen voor het onderhoud van de velden is al 12 man actief. Zij harken deze middag het gemaaide gras bijeen, waarna het in Hollandse kliko’s verdwijnt.

In vier jaar tijd heeft Feyenoord Fetteh de nodige kinderziektes moeten overwinnen. In Afrika loopt immers niets zoals het hoort te gaan. ‘Dat weet je, je moet hier altijd improviseren’, lacht Brokken, die al sinds 1986 in Afrika woont en werkt. Neem nu het water, nodig voor het beregenen van de velden. Oppompen bleek niet mogelijk, want zo kort bij zee is het grondwater zo zout als brem. Daarom is nu een tankwagen permanent onderweg om water aan te voeren. Blijkbaar is het resultaat nog niet zaligmakend, want recent is ook nog een kunstgrasveld aangelegd, het tweede in heel Ghana.

Andere obstakels: de fysieke gesteldheid van de jongens. Scharminkels zijn het vaak. Allemaal ondervoed. Brokken: ‘Een Ghanees is fysiek gemiddeld drie jaar achter op zijn Europese collega.’ Dat werpt hen niet alleen achterop in de bikkelharde strijd om een profcontract in Europa, het maakt het ook moeilijk te bepalen hoe oud de jongens exact zijn. Wonderboys van 14 jaar? In de Verenigde Staten maakt nu Freddy Adu furore, een uit Ghana afkomstige

Als voetballer van Feyenoord Fetteh heeft Isaac Addai, hier samen met zijn moeder, het helemaal gemaakt. ‘Isaac is onze held’, zeggen zijn vriendjes uit zijn oude woonwijk Mamobi.

Wonderboys van 14 jaar? Vanwege twijfels over de leeftijd, wordt er gevoetbald in gewichtsklassen. Dat is makkelijker vast te stellen. Op de keiharde rode zandvlakte van Kwahu Park is voetbal een gevecht op leven en dood. De inzet is een betere toekomst. Van de 6000 jonge voetballers zijn er slechts tien goed genoeg bevonden voor de nieuwe lichting op de Ghanese voetbalschool van Feyenoord.

© 2003 PCM Uitgevers B.V.  All rights reserved.