Hoe `nepfries’ Doekle Terpstra door het ijs zakte

Carl MureauAlgemeen Nieuws, Journalist, Schaatsen, Sport

AD/Algemeen Dagblad – 24 augustus 2013

KNSB-voorzitter werkt zich in de nesten met verkwanselen van Thialf

door Guido van Gorp en Carl Mureau

 

Een nieuw schaatsmekka is voor Doekle Terpstra, voorzitter van de KNSB, het meesterwerk waaraan hij al jaren werkt. Maar de Friese rasbestuurder dreigt nu onderuit te gaan. Uit een reconstructie van het AD blijkt dat Terpstra zijn schaatshart, dat altijd toebehoorde aan de Friese ijstempel Thialf, in één weekend vanuit een campingstoel weggaf aan een droom in de Flevopolder. Woensdag moet hij zich bij de leden van de schaatsbond verantwoorden, de avond ervoor bij hoofden van de schaatsgewesten.

Doekle Terpstra (57), een bestuurder pur sang. Hij heeft al een mooi cv, als hij in 2009 het verzoek krijgt voorzitter van de KNSB te worden. Als hoofdsponsor Aegon, waar hij commissaris is, hem voor deze functie naar voren schuift, hapt Terpstra gretig toe. ,,De KNSB was een cadeautje voor me,” zegt hij.

In de schaatswereld ziet de man uit het Friese Witmarsum diverse liefdes samenkomen. Hij houdt van deze oer-Hollandse sport en reed zelf twee keer de Elfstedentocht (1985 en 1997). Terpstra, inmiddels Randstedeling, houdt nog altijd van Friesland. Nationaal gezien de bakermat van het schaatsen. Sinds 1986 is het overdekte Thialf het mekka voor iedere schaatsfan. Die sport, klein op wereldschaal maar groot in Nederland, staat garant voor media-aandacht, en ook daar houdt Terpstra van.

Bij de KNSB kan de bestuurder Terpstra zijn hart ophalen. De bond heeft in 2009 net een stevige crisis achter de rug. Terpstra ziet een kans om `bruggen te bouwen’. Hij doet niets liever, zegt de nieuwe voorzitter.

Eén ambitie maakt hij al snel kenbaar. Het verouderde Thialf moet echt een enorme facelift krijgen. ,,Want we zijn nog wel hét schaatsland van de wereld, we hebben niet meer dé schaatshal van de wereld,” zegt hij in zijn eerste jaar op het pluche.

Meesterwerk

Het is duidelijk: die schaatstempel van de toekomst moet zijn meesterwerk worden als KNSB-voorzitter. `Regisseur’ Terpstra gaat aan de slag om zijn droom werkelijkheid te maken. Het zal een lang en moeizaam spel worden, waarmee grote belangen en bedragen – lees tientallen miljoenen euro’s – zijn gemoeid.

Uit de gesprekken die het AD met betrokkenen voerde en uit vertrouwelijke correspondentie zal blijken dat Terpstra doet alsof hij de touwtjes in handen houdt, maar in werkelijkheid geen enkele greep heeft op het proces dat een vernieuwd nationaal schaatsmekka moet opleveren. En op het moment dat de publieke opinie hem dreigt te vermorzelen, schroomt hij niet zijn eigen werkelijkheid te creëren.

We blikken terug op de afgelopen 3 jaar. Terpstra lobbyt zich suf voor de Friese ijshal. Dat kan de voorzitter met een gerust hart doen, want Thialf is dan nog de enige die aanspraak maakt op de titel nationaal schaatscentrum. Het frustreert hem dat de Friezen zelf niet slagvaardig zijn. Ze lijken de noodzaak van vernieuwing maar niet te beseffen, terwijl in oorden als Astana, Kolomna en Inzell wel prachtige nieuwe ijsbanen verrijzen.

Steeds weer als een plan in de prullenbak belandt, roept hij dat de Friezen echt haast moeten maken. Op 2 november 2012 verleent hij zijn laatste lobbydienst. Hij schrijft een brief aan commissaris van de koningin John Jorritsma. Daarin zegt Terpstra toe `dat de KNSB alle topsportprogramma’s in Thialf bestendigt en daar waar mogelijk uitbreidt’. De Friezen zullen zich sindsdien aan deze handtekening van hun Doekle vastklampen, omdat ze eruit opmaken dat Heerenveen het schaatswalhalla zal blijven. Wat er ook gebeurt.

Het commitment van de KNSB-voorzitter leidt ertoe dat Provinciale Staten op 19 december besluiten 50 miljoen euro uit te trekken voor een nieuw Thialf. En dat is nog niet genoeg, want om de Heerenveense schaatstempel echt up-to-date te maken, is 106 miljoen nodig. De rest hopen de Friezen los te peuteren bij bedrijven én de minister van VWS. Daarvoor hoeven ze echter niet meer te rekenen op steun van Terpstra.

Blindelings

De Fries is een rasbestuurder. Altijd druk, veel rapporten, veel vergaderen en besluiten. Hij is lang niet altijd van elk detail op de hoogte, weet zijn omgeving. Blindelings vertrouwt hij op zijn ervaring, instinct én de door hem zelf aangestelde mensen. Bij de KNSB zijn dat de directeuren Paul Sanders en Arie Koops, pragmatici zonder hevige liefde voor Thialf, die zien dat terwijl Friesland 6 jaar lang treuzelt, er zich in Almere en Zoetermeer initiatieven ontplooien voor schitterende schaatspaleizen. Het is dan eind 2012.

En dan gebeurt het. Thialf wil overheidssteun, maar Almere en Zoetermeer denken het zonder te kunnen. Op het ministerie van VWS worden ze horendol van de geld vragende Friezen. Een ambtenaar op het ministerie heeft een lumineus idee: laten we er een wedstrijdje van maken!

KNSB en NOC*NSF omarmen op 10 november de ambtelijke ingeving. Ze schrijven een tender uit, een aanbesteding. Het aloude Thialf moet zijn krachten plots meten met embryonale plannen voor het Almeerse Icedôme en Transportium in Zoetermeer.

Dolksteek

De Friezen voelen zich verraden. ,,Dat was een dolksteek in onze rug,” zegt Eelco Derks, directeur van Thialf. Schertsend noemen ze de aanbesteding een beauty contest, een missverkiezing. Die arrogante houding zal de Friezen nog duur komen te staan.

In de weken die volgen wordt geduwd en getrokken, gemopperd en gemasseerd, gedreigd en geslikt, totdat alle partijen het eens zijn over de spelregels. Ook Friesland gaat door de bocht, mede onder druk van Terpstra, die deze impopulaire boodschap met verve verkondigt. ,,Ik heb gezegd: als je zo overtuigd bent van je eigen plannen, doe dan gewoon mee!” Terpstra vindt de tender logisch, gezien de concurrentie. Hij waarschuwt Friesland wel. ,,Let op uw zaak.”

In de tender strijden Heerenveen, Almere en Zoetermeer om de status van trainingscentrum voor de topschaatsers van Nederland. Wie als winnaar uit de bus komt, krijgt straks Sven Kramer, Ireen Wüst en de rest van de schaatstop dagelijks over de vloer. Bovendien mag de nieuwe schaatstempel elk seizoen één grote internationale wedstrijd organiseren, wat aardige recettes oplevert.

,,Schaatsen is een toverwoord in mijn leven,” zei Terpstra nog toen hij in 2009 dolblij de scepter mocht gaan zwaaien bij de KNSB. Maar van die jongensachtige vreugde lijkt weinig over als hij op 24 april 2013 de zoveelste handtekening uit zijn loopbaan zet. Met deze ondertekening gaat hij akkoord met de procedure en voorwaarden. De hoofdlijnen van de tender zijn hem gesouffleerd door Koops en Sanders, op wie hij altijd vertrouwt.

Voor de details moet je niet bij Terpstra zijn. Maar daarin schuilt nu net het gevaar. En dat terwijl hij opdracht geeft voor, zoals hij het later zelf omschrijft, `misschien wel het belangrijkste besluit voor de toekomst van schaatsend Nederland’. Spoedig zal blijken dat Terpstra amper heeft beseft waarvoor hij zijn handtekening heeft gezet.

Mailbox

Het pinksterweekend rond 18 mei wordt cruciaal voor het besluit of Thialf, Almere of Zoetermeer de hoofdprijs krijgt. Terpstra vertoeft in het Zeeuwse Vrouwenpolder. Op vrijdag 17 mei valt hij bijkans van zijn campingstoel. In de mailbox van zijn laptop ploft het rapport `Schaatsaccommodatie voor de topsport’ van de beoordelingscommissie. De keuze blijkt niet op Thialf te zijn gevallen, maar Almere komt als beste uit de bus.

Oeps. Pas bij lezing beseft Terpstra dat hij geen enkele greep had op het proces. In een mail aan zijn directie somt hij op: `( )hobbel achter de feiten aan ( ), directie buiten bestuurlijk mandaat gehandeld ( ) niet met hem afgestemd ( ) had op de hoogte gehouden willen worden (…)’.

Terugkijkend stelt Terpstra dat hij niet alles overzag toen hij zijn handtekening onder de tender zette. ,,Ik kon op dat moment niet beoordelen wat tot in finale zin de consequenties waren.”

Behalve dat hij de gevolgen niet overzag, wist hij niet ook waarvoor hij precies tekende. Bijvoorbeeld dat de winnende ijsbaan belangrijke wedstrijden zou krijgen. En liet hij zich destijds niet informeren door de commissie, noch kreeg hij de bidboeken (de voorstellen) van Almere, Zoetermeer en Heerenveen. Bovendien liet hij na zijn eigen bestuur bij te praten. Zaken die hem duur komen te staan.

Na het lezen van het rapport zoekt hij direct de confrontatie met zijn directeuren Sanders en Koops. `Ik weet echt niet meer hoe ik dit moet verdedigen,’ schrijft hij in zijn mail op 18 mei aan beiden. `Ik heb het gevoel dat ik stevig achter de feiten aan hobbel. Ik probeer het bij voortduring voor jullie op te nemen, maar het is af en toe wel verduveld lastig.’

Terpstra toont zich teleurgesteld in zijn vertrouwelingen. Hij verwacht bij een keuze voor Almere verzet vanuit zijn bestuur, dat zeer Fries getint is. Hij zinspeelt zelfs op zijn eigen vertrek. ,,Ik ga geen crisis met jullie organiseren, jullie zijn voor de KNSB te belangrijk. Wellicht dat ik zelf stop, ik wil niet bij voortduring in dit soort gedoe terechtkomen.”

Maar in zwaar weer komt de strijder in Terpstra boven, de man die zich op 4 januari 1997 krassend over het ijs naar de Bonkevaart vocht. Hij volgt de beoordelingscommissie in het advies met de keuze voor Almere, zo blijkt uit de mails en zijn contacten rond de commissie. ,,Hij was door de bocht,” kijkt een van commissieleden terug.

Woede

Terpstra beseft dat dit tot woede in Friesland zal leiden en buigt zich vervolgens over de vraag hoe hij zijn bestuur moet meekrijgen. Hij zet een scenario op papier om uit deze netelige positie te komen. Hij schrijft het KNSB-bestuur `mee te nemen’ dat een `zorgvuldig proces’ heeft geleid tot een keuze voor Almere.

Ook stippelt hij een mediastrategie uit die de te verwachten woede uit Friesland in het publiek debat moet temperen: ` Friesland te overtuigen uit de media te blijven’. ,,En wees gerust, ik ga jullie afdekken, tenzij het echt niet anders kan,” meldt hij Sanders en Koops, en spreekt over `het schip dat in veilige haven moet worden gebracht’. Hij stelt: ,,Grootste punt van zorg is de positie van het bestuur.”

Inderdaad, want dat bestuur is ontevreden over zijn voorzitter. Uit de mails blijkt dat hij bij het bestuur zijn directeuren met een verdraaiing van de feiten uit de wind heeft weten te houden. Beiden hadden toezeggingen gedaan over wedstrijden voor de winnende ijshal zonder daar het bestuur in te kennen. Ook Terpstra niet. Maar voor zijn bestuur doet de voorzitter voorkomen dat hij van de hoed en de rand wist, terwijl dat niet zo was. `En gedaan alsof dit met mij goed was afgestemd’, zo schrijft hij.

Terpstra moet al zijn bestuurskwaliteiten aanwenden om ongeschonden uit de strijd te komen. Want in Friesland wachten hem pek en veren. En wat hij voor de bühne vertelt, strookt niet altijd met wat zich daarachter heeft afgespeeld.

Op 20 mei, tweede pinksterdag, ziet de wereld er plots heel anders uit. Het adviesrapport lekt uit via de NOS. Uit de commotie die losbarst, blijkt die dag dat de schaatssport groot is in Nederland. Thialf wordt als schaatsmekka voorbijgestreefd door polderstad Almere. Friesland, de provincie waar zijn wieg stond, ontploft. Terpstra wordt uitgemaakt voor `nepfries’.

Luchtkastelen

Zijn reputatie als topbestuurder staat op het spel. Handig grijpt Terpstra de volkswoede aan om te ontsnappen. Op 21 mei verlaat hij zijn achter de schermen gemaakte keuze voor Almere en maakt publiek dat hij later een besluit zal nemen. Want `zorgvuldigheid’ is gewenst en hij wil geen `luchtkastelen’. Hij kondigt een extra financieel onderzoek aan.

De draai van Doekle is compleet. Hiermee geconfronteerd zegt Terpstra: ,,Dat is dan jullie conclusie. Dit is mijn verhaal. Punt.”

Maar Terpstra, bedreven in crisismanagement, krijgt een paar maanden later alsnog het deksel op de neus. Almere pikt de draai niet en stapt naar de rechter. Die oordeelt dat de KNSB-preses de boel niet langer mag traineren. Op 26 juli krijgt Almere alsnog zijn voorlopige gunning.

De wedstrijd voor een nieuw nationaal schaatsmekka is een grote glibberpartij geworden, waarbij bijna alle betrokkenen schade hebben opgelopen. Verhoudingen zijn verstoord en vertrouwen is geschonden. Regisseur Terpstra had geen greep op het spel voor en achter de schermen. De rasbestuurder, die weet dat zijn vak risico’s kent, zegt er geen spijt van te hebben. ,,Ik zou alleen nooit van mijn leven weer op deze manier aan zo’n tender beginnen.”

Woensdag legt Terpstra in Utrecht verantwoording af aan de KNSB-ledenraad. De avond ervoor zit hij aan tafel met de hoofden van de schaatsgewesten. Hij vraagt het AD dit artikel pas daarna te publiceren. Hoewel hij de voorbije maanden enkele malen zelf zinspeelde op zijn vertrek, is hij nu vastberaden om aan te blijven. ,,Voorzitter ben je bij mooi weer, maar ook in zwaar weer.”

Lees ook: Doekle is zijn droombaan kwijt

 

Copyright 2013 De Persgroep Nederland BV