Geitensector groeit fors, ondanks vrees Q-koorts

Carl MureauAlgemeen Nieuws, Economie, Journalist

Trouw, 18 april 2017

De professionele melkgeitensector is, exact tien jaar na het uitbreken van de Q-koortsepidemie, bezig aan een stevige groei. Het aantal geiten steeg tussen 2010 en 2016 van ruim 350.000 naar  499.530 stuks. Bijna elk plan voor nieuwbouw of uitbreiding van stallen stuit op verzet van omwonenden, die een nieuwe uitbraak van de ziekte vrezen.

De sector telt 360 bedrijfsmatige geitenmelkers, die gegroeid zijn naar een gemiddelde omvang van ruim 900 dieren. De grootste telt ruim 5000 geiten. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek en de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland.

De groei is opmerkelijk. In 2007 was de eerste grote uitbraak van Q-koorts op een geitenhouderij in het Brabantse Herpen. Op het hoogtepunt van de crisis, in 2010, vreesde de sector dat ‘een op de drie’ besmette bedrijven failliet zou gaan. Q-koorts eiste 74 mensenlevens, zo’n 4200 mensen werden ziek.

Ondanks de imagoschade bleef de vraag naar geitenzuivel stijgen. De prijs die geitenhouders voor hun melk krijgen klom naar zo’n 70 cent per kilo, meer dan twee keer zo veel als wat koeienmelk een boer oplevert. De Nederlandse boeren produceren nu zo’n 260 miljoen kilo geitenmelk. Vanuit China groeit de vraag naar geitenmelk in poedervorm als veilige babyvoeding.

Dat alles heeft geleid tot de fikse uitbreiding van de veestapel in de geitensector. Maar de bouw van nieuwe stalruimte stuit vaak op stevig protest van omwonenden, zeker in Brabant waar Q-koorts het hevigst heeft gewoed. Omwonenden eisen van gemeentebesturen de garantie dat hun gezondheid niet in gevaar komt. Bezorgde inwoners van Helmond hebben de gemeente Gemert-Bakel al vooraf aansprakelijk gesteld voor eventuele schade door de mogelijke uitbreiding van een geitenhouderij.

Deskundigen noemen een herhaling van de Q-koortsuitbraak echter ‘onwaarschijnlijk’, omdat sinds 2009 maatregelen zijn getroffen om de bacterie Coxiella burnetii onder controle te krijgen. Zo is vaccinatie (met Coxevac) sinds 2010 verplicht op alle bedrijven met meer dan 50 geiten. Sinds juli vorig jaar zijn alle geitenhouderijen, toen ook het laatste besmette bedrijf in het Limburgse Maren-Kessel schoon werd verklaard, vrij van Q-koorts.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) registreerde in 2016 nog 12 besmettingen bij mensen, maar dat ligt onder het gemiddelde van voor de epidemieuitbraak in 2007. Toen werden in ons land jaarlijks 17 gevallen van Q-koorts genoteerd. “Met de getroffen maatregelen, met name de verplichte vaccinatie, is het risico op besmetting met Q-koorts erg klein”, stelt Harald Wychgel van het RIVM.

Maar deze cijfers nemen de onrust onder omwonenden niet weg. In hun protest vinden zij diverse deskundigen aan hun zijde, onder wie Jos van de Sande, voormalig arts van de GGD Hart van Brabant die van nabij de Q-koorts heeft meegemaakt. Hij waarschuwt voor verdere schaalvergroting van geitenhouderijen. “Anders is het wachten op een volgende epidemie”, stelt Van de Sande.

Onder de geitenhouders groeit het besef dat hun expansiedrift stuit op weerstand.  Boerenorganisatie LTO houdt daarom spoedig enkele gespreksrondes over de toekomst van de sector. Daarin gaat ze niet alleen in gesprek met geitenhouders en melkverwerkers, maar ook met burgers en belangenorganisaties zoals Wakker Dier. “We zien dat ons maatschappelijk draagvlak op wankelen staat”, zegt Jeannette van de Ven, voorzitter van de LTO-vakgroep melkgeitenhouderij.

© Trouw/Carl Mureau